Instagram #1

Oceanië

OZ: Van Coffs Harbour naar het Crocoseum

22 februari 2010

17 FEBRUARI 2010
We rijden vandaag via Kempsey naar Coffs Harbour. Onderweg zijn we helaas niet veel bijzondere stops tegen gekomen, maar de Lonely Planet maakt ons er wel op attent dat we langs een award winnend Pie Cafe rijden. Gezien het feit dat we beiden gek zijn op pies, kunnen we deze plek natuurlijk niet overslaan.

Pies
Zowel in Nieuw zeeland als Australie zijn ze gek op deze warme hartige pie’s. Deze pies zijn vaak gevuld met rundvlees, maar ook met gehakt of bacon en ei. Je kunt ze (zeker in Nieuw Zeeland) zo’n beetje overal kopen. Elk tankstation heeft wel een voorraadje liggen, maar ook in de supermarkt zijn ze volop verkrijgbaar.

Fredo’s Pieshop beweert zo’n 160 verschillende pie recepten te hebben, waarvan er dagelijks 50 soorten bereid worden. Dit varieert van krokodillenvlees, kangaroevlees, rundvlees, kip, lam met honing en munt, curries tot diverse vegetarische versies. We staren een minuut of vijf in de etalage. Zoveel keuze, we weten niet wat we moeten kiezen. Uiteindelijk pikken we drie smaken uit (Bouef Bourgignon, Beef Satay, Chicken Mushroom). We nemen plaats op het bijbehorende terras en eten er twee op. Heerlijk!!

Coffs Harbour
Na deze heerlijke lunch reizen we verder naar een Coffs harbour. Dit is een drukke kustplaats met een gezellig centrum en een aantal fantstische witte stranden. Coffs Harbour heeft ongeveer 68.000 inwoners.

We kiezen een camping uit in een plaats een paar kilometer van Coffs Harbour vandaan, in Emerald Beach. Wanneer we deze camping ( Emerald Beach Holiday Park) oprijden zien we dat deze er mooi en verzorgd uit ziet. Iets wat in Australië niet altijd het geval is. Ze hebben nog plek genoeg en we krijgen een plekje toegewezen in de schaduw, vlabij zwembad en toiletten.

Op de camping zijn wederom veel papegaaien te vinden (oh wat kunnen ze een herrie maken!). Ook zijn er tegen de schemering veel kangaroos op de camping te vinden. We hebben ze nu al regelmatig gezien, maar blijven toch gefascineerd door deze mooie dieren.

Weg uit Australië?

De camping biedt gratis wi-fi. Dat komt op dit moment goed uit, omdat we een hoop te regelen hebben. Australië blijkt niet helemaal ons land te zijn. Dit klinkt waarschijnlijk heel vreemd, omdat veel mensen Australië helemaal het einde vinden, maar wij vermaken ons er toch minder goed dan we gehoopt hadden. Waarschijnlijk zal het camperen en de regen daar ook aan bijgedragen hebbem. Hoe dan ook we hebben besloten om drie weken eerder te vertrekken uit dit land om alsnog de Borobodur te bezoeken. Dit is iets wat we afgelopen zomer toen we in Indonesië waren niet gedaan hebben en dit heeft me altijd een beetje dwars gezeten. Zoals Sheila van wickedtravels.web-log.nl tegen me zei ‘Indonesië bezoeken zonder de Borobodur te zien is als Parijs bezoeken en de Eifeltoren over te slaan.’

Het plan is om eerst naar Sumatra te vliegen om daar het Tobomeer te bezoeken en hopenlijk Oerang Utangs te zien. Daarna vliegen we naar Java om onder andere de Borobodur en Jogjakarta te bezoeken. De laatste week zullen we doorbrengen op Bali. Het gratis internet op deze camping komt dus goed van pas om tickets te boeken. We boeken de vluchten van en naar Indonesië bij Asia Air. Iets wat zonder problemen verloopt. Binnen een kwartier hebben we de e-tickets in onze inbox zitten. Echter lopen we bij het boeken van de vluchten binnen Indonesië via Lion Air tegen een probleem aan. Het blijkt niet mogelijk te zijn een ticket te boeken met een niet Indonesische creditcard. Het resultaat is dat we de overige vluchten alsnog via Air Asia boeken. Dat is jammer, omdat zij geen rechtstreekse vluchten hebben van Medan naar Jogyakarta en van Jogyakarta naar Denpasar. Hierdoor zijn we genoodzaakt via Jakarta te vliegen. Wat een kleine omweg betekend, maar uiteindelijk bereiken we ook zo onze bestemming.

Na het eten lopen we over het strand waar de camping aan ligt. We ontmoeten hier de Australische Chris. Chris is een enthousiaste man met twee prachtige Border Collie honden. Hij zit boordevol verhalen en we horen hem dan ook geamuseerd aan.

Hij verteld ons hoe fantastisch hij het vindt dat hij eindelijk iemand uit The Netherlands ontmoet. Hij had al zoveel mensen uit verschillende landen ontmoet. Mensen uit Frankrijk, Duitsland, Zweden, Spanje, Italie, Zwitserland en uit Holland, maar uit The Netherlands nog nooit?? We schieten in de lach en leggen Chris uit dat Holland en the Netherlands toch echt een en hetzelde land is en dat The Netherlands de officiële naam is.

We kletsen nog een tijd over van alles en nog wat, maar voornamelijk over reizen. Voor we afscheid nemen geeft hij nog wat tips over het National Park dat we de volgende dag willen bezoeken.

– Lonneke

18 & 19 FEBRUARI 2010
Vandaag besluiten we om een rit te maken naar Dorrigo National Park. Onderweg naar Dorrigo National Park passeren we het dorpje Bellingen. Dit dorpje staat bekend om zijn laid back mentallity. Het dorpje ziet er sfeervol uit en er zitten gezellige winkeltjes.

Zodra we Dorrigo passeren rijden we het National Park in. We gaan eerst naar het Information Centre waar ook een tentoonstelling is gehuisvest. Er hangen veel mooie schilderijen van de vele dieren die voorkomen in het gebied. Wanneer je het Information Centre uitloopt is er een Skywalk. Vanaf de Skywalk heb je een mooi uitzicht over het Dorrigo National Park. We maken wat foto’s en besluiten weer naar onze auto te gaan.

We willen naar een (volgens de Lonely Plant) mooie picknickplek, maar al snel belanden we met ons campertje op een zeer hobbelige gravel road. Helaas hebben wij vanuit het verhuurbedrijf geen toestemming om op gravel roads te rijden. Mochten we onderweg met stukken komen te staan (wat niet geheel onwaarschijnlijk is) hebben we een probleem. We besluiten dan ook om, om te draaien. Via een andere weg rijden we naar de mooie Danger Waterfall. Via een uitzichtplateau heb je een mooi bovenaanzicht van de waterval. Ik besluit nog een klein stukje naar beneden te lopen om de waterval van onderen te bekijken terwijl Lonneke de lunch klaarmaakt.

Hierna besluiten we om weer terug te rijden richting Coffs Harbour. De weg die we rijden is prachtig. Na een half uur rijden komen we wegwerkzaamheden tegen, de asfaltweg houdt op en we zijn beiden in de veronderstelling dat het wel met de wegwerkzaamheden te maken zal hebben. Voorzichting rijden we verder over gravelroad, die volgens het kaartje toch echt uit asfalt moet bestaan. Na enige tijd concluderen we dat terugrijden zonde is en dat we het stuk maar afrijden… het kan nooit lang duren.

We rijden langzaam verder over de gravelroad en al snel leid de weg ons door een prachtig bos. Af en toe kijken we elkaar zorgelijk aan, want er lijkt geen einde aan de gravelroad te komen. Nu lijkt dat misschien niet zo erg.. rijden op een gravelroad, maar ik kan je vertellen dat met een campertje met daarin bestek, borden, eten en drinken dit een heel luidruchtige ervaring is. Na onze eerdere met-stukken-staan-ervaring hopen wij van harte dat onze Toyata Hiace met 340.000 kilometer op de teller ons veilig naar een stukje asfalt kan brengen.

Na een eeuwigdurende lijkende rit (die in werkelijkheid 2 uur duurt) over de hobbelige gravelroad, komen we eindelijk weer uit op een asfaltweg.

De volgende dag brengen we rustig door. We typen onze reisverslagen af, werken ons reisbudget bij en gaan nog even het centrum van Coffs Harbour in.

20 FEBRUARI 2010
Na een paar dagen doorgebracht te hebben in de omgeving van Coffs Harbour vertrekken we vandaag. We rijden richting Byron Bay.

Onderweg stoppen we op een mooi plekje. Vanaf deze berg hebben we een prachtig uitzicht op de zee en de daaraan grenzende stranden. We zien veel surfers. We hadden al meer surfers gezien, maar nog geen die het echt goed konden. Dit is fantastisch om te zien! De Surfers die hier surfen, zien er allemaal erg gevorderd uit en maken de meest fantastische bewegingen over de golven.

Wanneer we in Byron Bay aankomen voelen we beiden niet echt de aandrang om de auto ergens te parkeren om het plaatsje verder te verkennen. Byron Bay is gevuld met mensen, het is zo druk. De wegen rondom deze plaats zitten vol en we rijden dan ook stapvoets door dit plaatsje heen. In heel Australië schijnen maar drie plaatsen te zijn waar ze parkeerproblemen hebben, een daarvan is Byron Bay. In Byron Bay zie je voor ons gevoel veel mensen die graag gezien willen worden. Het overgrote deel hiervan is ook nog een stuk jonger dan wij zijn (pff we worden echt oud).

De nacht brengen we door in Tweetheads. We zetten onze klok een uur terug. Australië is zo groot dat er meerdere tijdzones zijn. Het tijdsverschil met Nederland is nu 9 uur. Tweedheads is een kleine stad waar de hoge appartementen pal naast het strand staan. Verder heeft het helaas niet veel te bieden.

– Tom

21 FEBRUARI 2010
We vertrekken vandaag uit Tweetheads, en rijden richting Surfers Paradise. Surfers Paradise is een van de grote toeristische steden. Waar vooral de Australiër zelf zich prima weet te vermaken. De stad bestaat alleen maar uit hoge appartementen en een aantal grote winkelcentra.

Vanuit Surfers Paradise rijden we richting Brisbane. We hadden van te voren al besloten om Brisbane op de terugweg goed te bezoeken. We moeten hier de camper inleveren en vliegen vanaf Brisbane naar Azië. Vandaag rijden we er dus alleen maar doorheen. Ondanks dat we van te voren goed op de kaart hebben gekeken om zo de tolwegen te kunnen vermijden belanden we uiteindelijk toch nog op een tolbrug. Deze tolwegen dien je via internet binnen drie dagen te betalen. Als je dan op de juiste internetsite bent blijkt het echt nog een lastige klus te zijn om alles juist en op de goeie plaats in te vullen. Echt een zeer onvriendelijk systeem. In Nieuw Zeeland werken ze ook met zo’n systeem, maar daar heb je wel de mogelijkheid om dit contant te voldoen langs de weg. Wanneer je online wil betalen wordt dit heel duidelijk uitgelegd. Daar kan Australië nog wat van leren.

Snake!
Wanneer we onderweg lunchen valt Lonneke’s oog ineens op iets wat in het gras glijdt. Het is een slang! Hij is niet heel groot, maar indrukwekkend genoeg om uit de buurt te blijven.

Aan het einde van de dag rijden we vanuit Brisbane richting Mapleton. We brengen de nacht door bij camping ‘Lily Ponds’. De camping doet enorm somber aan en is verouderd. Het regent nog steeds, iets wat uiteraard geen positieve bijdrage is. Het voordeel van deze camping is dat het gratis Wi-fi heeft in de campkitchen.

Voordat we gaan eten loop ik nog even naar het dorpje. Het plaatsje is erg klein, maar biedt toch wat vermaak. Wanneer ik terug ben op de camping nemen we ons netbookje en boeken mee naar de campkitchen en brengen de avond daar al internettend door. Heel wat prettiger als in ons campertje.

– Tom

22 FEBRUARI 2010
Vandaag gaan we naar Australia Zoo (Home of the Crocodile Hunter). Deze dierentuin is in 1992 door Steve Irwin en zijn vrouw overgenomen van zijn ouders. Voorheen heette het park nog ‘Beerwah Reptile Park’.

Normaal heb ik altijd een beetje haat/liefde verhouding met dierentuinen. Enerzijds vind ik het prachtig om zulke mooie dieren te kunnen zien, anderzijds horen de dieren niet thuis achter tralies. Hoe dan ook de dierentuin van Steve Irwin willen we niet overslaan. We hebben er positieve verhalen over gehoord en besluiten dan ook dat we hier naar toe willen.

Wanneer we de dierentuin binnenkomen valt het ons gelijk al op dat deze dierentuin anders is als anderen. Er lopen een aantal medewerkers rond met slangen en kleine krokodillen. Steve Irwin was van mening dat je zo meer kon leren. Kinderen kunnen de dieren voorzichtig aanraken, iets wat in een normale dierentuin nooit mogelijk is.

We bezoeken eerst een ‘show’ bij de landschildpadden. Een vrolijke man verteld ons enthousiast over deze grote dieren. We blijven geïnteresseerd staan luisteren en leren zo weer wat bij over deze mooie dieren. Wanneer de medewerker uitgepraat is, kunnen we aan de overkant olifanten voeren als we willen. Dit hebben we in Azië al gedaan en daarom slaan we dit nu over. We bekijken een aantal krokodillen en lopen dan snel naar het ‘Crocoseum’. Iedereen die wel eens naar een show van Steve Irwin op Animal Planet of National Geographic kijkt zou deze plaats moeten kennen.

Crocoseum… Crickey!
In het Crocoseum (plaats voor 5.000 man) krijgen we een hoop dieren te zien. Er komen olifanten, vele soorten vogels (het meisje voor ons is doodsbang voor deze vogels en zit een kwartier ineengedoken in de armen van haar vriendin) en slangen. Na al deze prachtige dieren zien we waar de meeste mensen voor gekomen zijn: een zoutwater krokodil. Er wordt gedurende de show veel verteld over alle dieren en er wordt voorlichting gegeven. In Australië komen veel slangen en krokodillen voor en het is zaak om hier mee om te leren gaan. Belangrijkste stelregel… back off!!

Na de show bezoeken we de rest van het park. We lopen over een groot grasveld waar een heleboel kangaroos zitten. Deze dieren zijn gewend aan mensen en je mag ze dan ook voeren en voorzichtig aanraken. Over het aanraken ben ik niet zo enthousiast, maar uiteindelijk wint de nieuwsgierigheid. Er zijn medewerkers aanwezig die goed opletten dat de dieren niet gestrest raken en ze geven aanwijzingen. Voorzichtig aaien we de kangoeroe en het beestje lijkt het niet erg te vinden.

We vervolgen onze route door de Koalatuin. Er zitten er een heleboel en ze zijn prachtig om te zien, al moeten we toegeven dat degene die we in de natuur zagen meer indruk maakten. Dat ligt niet aan deze prachtige beestjes, maar het is gewoon zo’n verrassing om ze gewoon in de natuur te vinden. In de dierentuin is het logisch dat je ze ziet. Ook hier mag je een koala aanraken. Gelukkig mag je ze hier niet vastpakken om er mee op de foto te gaan. Dat vind ik niet juist, maar tegelijkertijd ben ik wel nieuwsgierig naar de vacht (hoe hypocriet..). Voorzichtig raken we het beestje aan op zijn rug. We mogen van de medewerker niet aan zijn hoofd zitten.

In het park zijn nog veel andere dieren te vinden. We bezoeken het slangenverblijf. Deze is indrukwekkend mede omdat al deze slangen in Australië leven. Hier zitten veel giftige en gevaarlijk slangen bij en we hopen er beiden geen (meer) tegen te komen.

Ook zien we twee prachtige tijgers. We kijken een tijdje naar deze indrukwekkende dieren voordat we richting de uitgang lopen.

Overal in het park kom je winkels tegen. Het concept ‘Steve Irwin en familie’ wordt hier goed uitgebuit. Zijn dochtertje is, denken wij, een grote bekendheid in Australië. Er zijn Bindi-poppen te vinden, Bindi-shirtjes, Bindi-dvd’s, Bindi mokken, Bindi-etuis, Bindi-knuffels, Bindi-sleutelhangers, Bindi-armbandjes, Bindi-pyama’s, Bindi-posters etcetera etcetera…

Ondanks de commercie in de shopjes, is deze dierentuin wel een bijzondere. Het enthousiasme van Steve Irwin straalt overal van af. Een dierentuin als deze hebben we nog niet eerder gezien en het is dan ook zeker een aanrader.

We brengen vervolgens de nacht door in Noosa, vlakbij Noosa Heads. Het is deze nacht erg warm, maar omdat het regent kunnen we geen raampjes open zetten.

  • Denise
    1 maart 2010 at 09:43

    Jullie hoeven hier in Nederland in ieder geval nooit meer naar de dierentuin haha.

  • Sheila
    30 maart 2010 at 12:35

    Oooh… jullie hebben een slag in de natuur gezien! Dat was iets wat Dennis zo graag wilde!! Ik heb overigens filmpjes geplaatst op onze reislog. Over HK moeten we nog schrijven, maar ik zit nauwelijks achter internet deze week nu ik weer thuis ben. Daarom las ik ook pas jouw mailtje over Ubud. Ik denk niet meer dat je er nog zit? Ik onthoud in ieder geval geen namen, maar ik heb ooit heerlijk gegeten in een klein zijstraatje. Het is daar gewoon zoeken en van de hoofdweg afgaan. Maar Ubud blijft duurder dan Kuta. Als je Indo’s ziet zitten, zit je in ieder geval altijd goed 🙂

Stay weird